Radar

De spelregels

Tussen 26 september en 24 oktober 2009 toetst de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid de Hulpverleningsdienst Drenthe in de oefening RADAR. De toets wordt gevolgd door ongeveer vijftig waarnemers. Zij leggen hun bevindingen vast in logboeken, een aantal observators zal ook opnameapparatuur gebruiken. De waarnemers dragen herkenbare gele hesjes.

 

Verrassing

De praktijktoets vindt onaangekondigd plaats, buiten kantoortijden.

Toets en reguliere hulpverlening

Alle berichten tijdens de praktijktoets (alarmeringen, meldingen, opdrachten, etc) beginnen met het woord ‘simulatie’.

Bij twijfel moet de ontvanger altijd vragen of het een bericht voor de praktijktoets betreft.

Externe instanties

Alle externe instanties waarop een beroep moet worden gedaan, zoals de adviesdienst gevaarlijke stoffen en ziekenhuizen, moeten daadwerkelijk via het alarmnummer worden gebeld. Zij zijn van te voren door de IOOV op de hoogte gebracht. De instanties reageren binnen een realistische termijn. Mocht u toch iemand spreken die niet op de hoogte is, legt u dan uit dat het gaat om een toets van het IOOV van het ministerie van Binnenlandse Zaken en dat u graag antwoord wilt op vragen. Externe instanties hoeven nooit handelingen te verrichten.

 

Windrichting

Bij een incident met gevaarlijke stoffen kan het nodig zijn om met een andere windrichting en –snelheid te werken dan de daadwerkelijke. De centralisten krijgen de afwijkende gegevens.

 

Einde toets

Als de praktijktoetsleider het eind van de toets heeft afgekondigd, moeten de centralisten alle functionarissen waarmee zij contact hebben gehad op de hoogte stellen van het einde van de toets. De documenten die tijdens de toets zijn gemaakt, worden ingeleverd bij een medewerker van de IOOV.

 

Publicaties: